Nieuw in Putte en deelgemeenten

Nieuw in Putte en deelgemeenten

Halloween trick-or-treat op 31 oktober vanaf 16u00.

De Putse kindergemeenteraad roept inwoners op om Halloween op zaterdag 31 oktober te vieren zoals de Amerikaanse traditie het voorschrijft: met een trick-or-treat.

De Putse kinderen verkleden zich op die dag in hun griezeligste kostuums en trekken van deur tot deur om snoepgoed te vragen.

Ze bellen of kloppen, als het donker wordt, aan bij huizen in de buurt die al dan niet versierd zijn met pompoenen en lichtjes en roepen trick or treat !, waarbij de keuze wordt gegeven tussen slachtoffer van een plagerijtje worden (trick) of iets lekkers (treat, meestal snoep) geven.

“We vragen iedereen om vanaf 16u helemaal verkleed in het thema van Halloween op pad te gaan”, melden de kinderraadsleden.

“Aan inwoners van Putte vragen we om iets lekkers te voorzien voor de Halloween fanaten. Dit event kan door iedereen beleefd worden.

Elke deelgemeente, elke straat, elk huis en elk gezin moedigen wij aan om deel te nemen.”

Wat is de betekenis van trick or treat in het verleden?

Heel lang geleden geloofden de Kelten dat de doden op 1 november, het feest van Samhein (link naar artikeltje over geschiedenis), naar de aarde terugkeerden om er warmte en voedsel op te zoeken. Uit angst of uit sympathie met de overleden familieleden, plaatsten de Kelten de avond ervoor iets lekkers aan hun deur. Ze geloofden dat, als de geesten iets te eten aantroffen, ze hen met rust zouden laten en hen zelfs zouden zegenen. Zij die geen eten aan de deur plaatsten, werden vervloekt. Omdat de Keltische wijsgeren, de druïden, de goedheid van de Kelten wilden testen en omdat anderen van de gastvrijheid wilden profiteren, begonnen groepen mensen verkleed als geesten en spoken van deur tot deur te trekken en te smeken om eten. Kregen ze er geen, dan voorspelden ze onheil.

Ook in het christendom is er een traditie geweest die op trick-or-treat leek, namelijk ‘souling’. Christenen trokken op Allerzielen al zingend rond om krentenbrood (‘soul cakes’) op te halen. Bij huizen waar ze het brood kregen, begonnen ze te bidden voor de overledenen. Hoe meer brood ze kregen, hoe meer ze zongen en baden. Men geloofde immers dat hoe meer er voor een dode veel werd gebeden, hoe gemakkelijker hij de weg naar de hemel zou vinden. Kregen de christenen geen brood, dan maakten ze de bewoners bang door te zeggen dat hun overleden familieleden vast ergens ronddwaalden en heel ongelukkig waren. Vandaag zijn het vooral de kinderen die de traditie in ere houden. Het is voor hen een ware snoepjacht geworden en ze keren pas terug naar huis als hun mandje vol is.